
Rhododendron? Hortensia? Ik weet het niet. Allebei zijn het planten met ouderwets klinkende namen. En planten onderscheiden is nog nooit mijn sterkste kant geweest. De Rhododendron ken ik vooral van de conference van Wim Sonneveld (‘achter de Rhododendron sodemieteren’) en Hortensiastraat was de drukke straat in Zwolle Assendorp die ik als klein kind onder geen beding mocht oversteken. Twee keer jeugdsentiment dus.
De afdeling Groenbeheer van Rotterdam of van onze deelgemeente Hillegersberg heeft in ieder geval een goedkoop partijtje op de kop kunnen tikken. Of ze hebben kwantumkorting bedongen. Want in ons parkje is enkele maanden geleden een hele wagonlading van deze struiken aangeplant, Rhododendron of Hortensia dus. En nu staan ze in bloei.Mooi? Ik ben er nog niet uit.
Ons parkje was wild en groen. Ongecultiveerd. Het vele ondoordringbare struikgewas gaf het iets geheimzinnigs, iets sprookjesachtige. En gelukkig is een deel van het park nog zo. Het deel met de nieuw aangeplante Rhododendrons of Hortensia’s heeft een totaal ander karakter gekregen. Gecultiveerd. Een beetje deftig. Een parkje waar goed geconserveerde weduwen hun schoothondje uitlaten. Tja, het heeft ook wel weer wat. Zolang dat andere deel maar wild en ondoordringbaar mag blijven.
Voor Sinterklaas kreeg ik de literaire scheurkalender. Elke dag een stukje. Het ene mooier, leuker, spannender dan het andere. Ik was nooit een fan van A. F. TH. Een man die zichzelf tot bovenaardse, buitenmenselijke proporties heeft opgeblazen. Larger than life, waar ik schuchterheid en bescheidenheid prefereer in mensen. Maar zijn bijdrage aan de literaire pleekalender heb ik bewaard. Miniparoxismen heten het. Over ‘eten’ schrijft hij: Het met mes, vork, lippen, tanden, kiezen, kaken en speeksel vernietigen van de vorm van een maaltijd. En over het ‘automobiel’: Tot de anorganische materie behorend voorwerp dat zichzelf, blijkens z’n megalomane naam, een organische wezen waant, maar het niet zonder de mens kan stellen om in beweging te raken. Best aardig, toch?

Het zijn geen vriendinnen. Onze twee poezen. Ook al zijn het (half?)zusjes uit één nest. Ze dulden elkaar, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Soms als ze elkaar onverwacht tegenkomen – de ene kat springt op de bank, vlakbij de plek waar de andere nietsvermoedend ligt te slapen – vlamt een felle agressie op. Geblaas, diep gebrom, uithalen met getrokken nagels. Waar die diepgekoesterde haat vandaan komt? Ik heb werkelijk geen idee. Zou het leven van de poesjes niet veel aangenamer en gezelliger zijn als ze in harmonie met elkaar zouden leven?
Aan de andere kant: misschien is het ook wel lekker om niet te hoeven doen alsof, zoals wij mensen vaak moeten.

Weinig gemerkt van Koninginnedag dit jaar. In Roden raakten we even hopeloos verstrikt in een mini-vrijmarkt. De entrees van de winkels waar wij moesten zijn, bleken geblokkeerd door kinderen met afgedankt speelgoed uitgestald op oude dekens. Even daarvoor hadden de kinderen oranje ballonnen met kaartjes eraan opgelaten. (Met hun naam erop of een verjaardagswens voor de koningin? Ik weet het niet.) Veel ballonnen met kaartjes waren in de takken van hoge bomen aan de Brink verstrikt geraakt. Dat was vast niet de bedoeling. Maar het leverde wel een mooi plaatje op.
Meer archieven
2005 April
2005 Juni
2005 Juli
2005 Augustus
2005 September
2005 Oktober
2005 November
2005 December
2006 Januari
2006 Februari
2006 Maart
2006 April
2006 Mei
2006 Juni
2006 Juli
2006 Augustus
2006 September
2006 Oktober
2006 November
2006 December
2007 Januari
2007 Februari
2007 Maart
2007 April
2007 Mei
2007 Juni
2007 Juli