
Wij hebben Debby nooit gekend. Het moet een van de kleine
hondjes geweest zijn zoals we er zoveel van zien langs ons weggetje. De grote
herder die Debby heeft doodgebeten kennen we wel. Een woest uitziende hond met
een dikke kraag als de manen van een leeuw. Hij was nog maar vrij onlangs in
het bos komen wonen. In zo’n pasgebouwd vakantiechaletje.
De buurvrouw vertelde ons het verhaal van Debby en de
herdershond.
Later kwamen we in het bos de moordenaar tegen met het gezin
waar hij bij hoort. Strak aangelijnd en met een leren muilkorf om zijn bek.
Ik was blij met die muilkorf om die valse kaken, maar het
deed me ook wel een beetje pijn.
Weet zo’n beest veel dat je kleine hondjes van oudere dames
niet in je bek moet nemen?


Wat ons betreft kan er geen misverstand over bestaan: dit is
het mooiste huis van Hillegersberg. ’t Is niet eens een opvallend huis. Lang
niet zo protserig als sommige van de rijkeluishuizen langs de Straatweg, waar
overduidelijk mensen wonen die te veel geld en te weinig smaak hebben.
’t Staat er heel ingetogen. Maar wie eens wat beter kijkt,
ziet dat alles klopt. De jaren dertig inrichting, de zwarte bouvier (geen
labrador!) op het bordes, de donkere Jaguar die naast het huis geparkeerd staat
en natuurlijk – het mooiste van alles – het uitzicht over de Rotte čn de plas.
Op de bovenste verdieping staat achter een van de
ramen een schildersezel.
Tja, als dit dag en nacht je uitzicht is, dan moet je
wel tot schilderen of anders dichten komen.

Inmiddels ruimschoots opgeslokt door Rotterdam. Maar in de
historische atlas van Zuid-Holland met kaarten uit omstreeks 1905 is nog te
zien hoe de Boterdorpsche Verlaat ooit een kleine bebouwde enclave aan de Rotte
was. Een gehuchtje omringd door natte weiden waar later de wijken Hillegersberg,
Ommoord en Alexanderpolder zouden verrijzen.
Vaak wordt de lof gezongen van de grootsteedse skyline van
Rotterdam. ‘Manhattan aan de Maas’. Dat soort megalomane flauwekul.
Doe mij de Boterdorpsche Verlaat maar.


De ontkerkelijking zet alleen maar verder door. Kerkgebouwen
worden omgebouwd tot appartementencomplexen. Of tot peuterspeelzalen. In de
jaren zestig en zeventig scoorden cabaretiers nog met lekker schoppen tegen de
kerk. Nu hoor je er niemand meer over. De kerk? Gaaaap. Totaal oninteressant.
Totaal geen factor meer. De laatste leden van de zwartekousenkerk in Zeeland en
op de Veluwe zijn ons net zo vreemd als streng gelovige moslims in djellaba’s.
Toch willen kerk en geloof maar niet helemaal uit beeld
verdwijnen. Denk aan het mediacircus rond het verscheiden van paus Johannes
Paulus en het aantreden van de nieuwe paus Benedictus, voorheen de streng
conservatieve kardinaal Ratzinger. De hele wereld zat aan de buis gekluisterd
en hoogwaardigheidsbekleders uit de hele wereld werden ingevlogen voor dit
spektakel rond twee stokoude mannen uitgedost als Sinterklazen. De paus is
helemaal terug. Een icoon. Met de populariteit van een popster. Vooral bij
jongeren naar het schijnt.
De laatste stuiptrekkingen van een institutie die definitief
ten dode is opgeschreven? Of de tekenen van een werkelijke revival van het
geloof? Voortkomend uit een diepgewortelde, misschien wel genetisch bepaalde religieuze
behoefte van ons mensen?
Als ik de kerk van Norg zie, ’s avonds in het
donker mooi uitgelicht, badend in een warme troostrijke oranje gloed, hoop ik
op het laatste.

Je kunt op verschillende manieren van de natuur genieten.
Maar om de een of andere reden zijn wij in onze tijd nog steeds erg beďnvloed
door de manier waarop de romantici in de tijd van Goethe de natuur beleefden.
De natuur stond voor zuiverheid en puurheid (tegenover de
verdorvenheid en decadentie van de grote stad). Voor romantische dichters en
schilders was de natuur de plek waar ze in contact konden komen met het
Goddelijke. Waar ze religieuze en mystieke ervaringen konden hebben. Ervaringen
van ‘het sublieme’.
De Amerikaanse natuurestheticus Holmes Rolston schreef over
esthetische ervaringen in het bos:
‘The forest is a kind of
church. Trees pierce the sky, like cathedral spires. Light filters down, as
through stained glass. (…) There is something about being deep in the woods,
with the ground under one’s feet and no roof over one’s head, that generates
religious experience.’

Ons eigen Schilleveentje bij Norg. Op de avond van tweede
kerstdag begon de sneeuw te vallen. De dag erna werden we wakker in een
verstilde witte wereld.
Op zo’n moment wil ik haiku’s kunnen schrijven zoals de
grote meester Basho dat kon.
Een witte wereld
Onder mijn voeten
geknisper
van bevroren takken


Ze hadden er zoiets moois van kunnen maken. Van het winkelgebied van Hillegersberg: de Bergse Dorpsstraat en de Weissenbruchlaan. Door er een voetgangersgebied van te maken. Heerlijk slenteren langs de winkels van de Bergse Dorpsstraat en dan een terrasje pikken aan het water van de plas. Genietend van de kleine zeilbootjes op het water en de ganzen en fuutjes. Maar nee, in Hillegersberg heerst het kortetermijndenken van fantasie- en visieloze ondernemers die niet verder kunnen kijken dan hun zonnebrandgebruinde van een foute zonnebril voorziene neus lang is. En dus is er maar weer eens een groot stuk stoep opgeofferd. En een stuk grasveld langs het water. Voor parkeerplaatsen. Zodat de lokale proleten en hun gekloonde Caroline Tensen vrouwen hun aso-SUVs, Porsches, BMW-cabrio en andere sneue, protserige nouveau riche bakken lekker in het zicht kunnen parkeren. Tja, waarom zou je ook? Ergens iets moois van maken als je het ook zo grondig kan verpesten
Meer archieven
2005 April
2005 Juni
2005 Juli
2005 Augustus
2005 September
2005 Oktober
2005 November
2005 December
2006 Januari
2006 Februari
2006 Maart
2006 April
2006 Mei
2006 Juni
2006 Juli
2006 Augustus
2006 September
2006 Oktober
2006 November
2006 December
2007 Januari
2007 Februari
2007 Maart
2007 April
2007 Mei
2007 Juni
2007 Juli
2010 Januari