Purpurea

Wie een huisje in het bos heeft, gaat zich vanzelf verdiepen in bomen. Mijn lievelingsboom is het rode beukje dat op een paar meter van onze voordeur afstaat. Erg groot is ze nog niet. Een puber nog. Of wat ze vroeger wel een ‘bakvis’ noemden. Maar zo jong als ze is, zie je al hoe mooi ze later zal worden. In de zomer met bladeren die afhankelijk van de lichtval diepgroen of purperrood kleuren. Nu in de herfst met helgele bladeren. Ik zou het liefst alles wegnemen wat haar groei kan belemmeren – zoals de overhangende takken van een grote den. Maar dat heb ik er nog niet door gekregen. Dus moet ze voor zichzelf opkomen. Haar eigen plek in onze bostuin veroveren. Mijn mooie purpurea.

purpurea

in het land | 27 November 2005 21:17 | archief| link | 1 reactie

Pannenkoeken

Pannenkoeken

Ik ben gek op pannenkoeken. Spekpannenkoeken, iets anders eet ik niet. Vol goede moed probeerden wij een tijdje geleden het pannenkoekenrestaurant van Norg. Mocht het Algemeen Dagblad naast oliebollen en haring binnenkort besluiten pannenkoeken te gaan beoordelen, dan wil ik deze graag aanmelden voor de allerlaatste plaats. De categorie ‘zou van overheidswege verboden moeten worden’ ofzo. Nietsvermoedend bestelden wij. In onze onschuld rekende wij erop dat een restaurant dat zich pannenkoekenrestaurant noemt een fatsoenlijke pannenkoek op tafel kan zetten. Hij hoeft niet eens super te zijn, maar gewoon oké moet toch haalbaar zijn. Hoe naďef.

We begonnen ons bezorgd te maken toen de pannenkoeken werden geserveerd. Ik had zoals gewoonlijk een spekpannenkoek besteld. M. die dacht ‘Kom ik doe eens wild’ koos voor een boerenpannenkoek (ofzoiets), rijkbelegd – althans volgens de menukaart – met appel, rozijnen, champignons, uien enzovoort. Wat schetst onze verbazing toen de beide pannenkoeken niet van elkaar te onderscheiden bleken. De serveerster keek wat mismoedig naar de borden en zette ze toen op de gok voor ons neer. ‘Ik denk dat dit de spekpannenkoek is’, zei ze met een weifelende blik in mijn richting. Verbijsterd keken we naar ons bord waarop een pannenkoek lag met daaroverheen (als was het een pizza) een ondefinieerbare massa tot piepkleine snippers verhakselde ingrediënten. Hoewel ik verging van de honger na een dag grote voorjaarsschoonmaak had ik meteen gegeten en gedronken. Het leek wel of over de pannenkoek een blik kots was heengegooid. Toen ik dat zei, kreeg ik een schop onder de tafel en een waarschuwend ‘Proef eerst maar eens’ toegevoegd. Helaas, de smaak kwam erg overeen met de visuele indruk. Na drie happen gaf ik op.

Ik weet niet waarom we afgelopen weekend bij het vallen van de avond ineens de aanvechting hadden om een foto te maken van het pannenkoekenhuisje in Norg. Misschien een stukje traumaverwerking? Dat ging nog niet zomaar. M. had zijn camera nog niet gepakt om de schilderachtig verlichtte raampjes van het tentje vast te leggen, toen de serveerster naar buiten stiefelde: ‘Wat moet dat?’ Alsof ze nattigheid voelde. M. mompelde wat, schoot snel als een paparazzi een plaatje (vandaar de matige kwaliteit) en maakte zich snel uit de voeten. Tegen iedereen die in Norg pannenkoeken wil gaan eten, zeggen wij in elk geval: huur maar liever een videootje.

in het land | 23 November 2005 21:29 | archief| link | 1 reactie

Zaterdagmiddag in Groningen

duiven

Nog twee weken tot Sinterklaas. Zaterdagmiddag in Groningen. Zwarte Pieten die abseilen langs de pilaren van het stadhuis. Een Piet op een olifant. Dicht opeengepakte mensenmassa’s. Kermis. Een optreden van een rockband: vier mannen verkleed als Indianen. Bij enge films en thrillers weet je dat er nu iets engs te gebeuren staat. De kermismuziek gaat steeds sneller spelen. Zwelt aan tot een hysterische kakofonie van geluiden. Elk moment kan de moordenaar of kidnapper nu toeslaan.

Het kleine meisje in de draaimolen heeft het haarfijn in de gaten. De duiven zien het aan vanaf een pilaar waarlangs net nog een Zwarte Piet naar beneden kwam. Zij geloven het allemaal wel. Straks zijn de mensen weg met al hun attributen en is de stad weer gewoon van hen.

draaimolen

de grote stad | 20 November 2005 21:49 | archief| link | wie reageert?

Kastanjes

Volgens het huis-aan-huisblad zou het meevallen bij ons in de wijk. Maar een klein deel van de kastanjebomen in Hillegersberg zou getroffen zijn door wat in de media de ‘geheimzinnige bloedingsziekte’ is gaan heten.

Ik hou mijn hart vast.

Wat blijft over van de Burgemeester le Fevre de Montignylaan zonder de kastanjebomen? Zonder de bomen die deze laan elk seizoen een eigen en ander gezicht geven. Wellustig in het voorjaar als ze extatisch en ongeremd bloeien. Streng in de winter wanneer de bomen hun kale armen omhoog reiken als een dominee die vanaf de kansel de hemel om vergiffenis smeekt. Ik hoop dat de hemel vergeving schenkt.

Want zonder kastanjebomen is de Burgemeester le Fevre de Montignylaan toch eigenlijk niets anders meer dan een heel gewone straat met een aanstellerige, veel te lange, onuitsprekelijke naam.

kastanjes

in de buurt | 16 November 2005 20:52 | archief| link | wie reageert?

Requiem voor Limburgse oehoes

‘Limburgse oehoes dood door gif’ las ik in NRC. Een treurig begin van mijn weekend.

Jaren geleden al weer gingen wij kijken naar de oehoes in de ENCI-groeve op de Sint Pietersberg bij Maastricht. Een broedpaartje bracht er voor het tweede of derde jaar een stel jongen groot. Plaatselijke vogelaars hadden langs het pad tussen wat struiken een onofficiële uitkijkplaats gecreëerd. Van daaruit kon je de groeve overzien. Op een richel in de steile wand aan de overkant hadden ze hun nest gebouwd. We waren niet de enige bezoekers op die mooie avond in juni. Toen we aankwamen, stond al een groepje mensen zwijgend door telescopen en verrekijkers te kijken. Er heerste een gewijde, eerbiedige stilte. Een jonge man met een bol, blozend gezicht en een telescoop zo groot dat hij eerder bedoeld leek om verre planeten te bekijken dan vogels wees ons een plekje toe. Hij leek de onofficiële beheerder van de uitkijkplaats. De hogepriester. Met zijn hulp kreeg ik ze met enige moeite in de lens van mijn telescoop. De beide volwassen oehoes die met hun verenkleed van vele schakeringen beige en bruin de perfecte schutkleuren hebben voor het bewonen van een mergelgroeve. Een van de jongen zat op een richel niet ver van het nest. Een aandoenlijke pluizige teddybeer, verwonderd om zich heen kijkend. Onwetend van het vreemde wezen mens dat hem vanaf de overkant van de groeve in religieuze aanbidding aanstaarde, maar dat ook het bijna uitsterven van zijn soort heeft veroorzaakt.

Nu zijn ze dood. Misschien niet speciaal onze oehoes, maar toch. Dood door gif (pcb’s) waarmee wij mensen met onze industrie de aarde decennialang hebben verziekt.

De Amerikaanse biologe Lynn Margulis noemde de mens eens een pioniersoort. Dat is een soort (meestal wordt de term voor planten gebruikt) die een braakliggend stuk grond als eerste in gebruik neemt. Vervolgens gaat woekeren en daarmee de eigen ondergang bewerkstelligt, doordat voedingsstoffen opraken en de individuen van de soort elkaar verstikken. Na het verdwijnen van de pioniersoort komen nieuwe soorten. Meer bescheiden soorten die niet gaan woekeren, maar ook anderen een plek gunnen. Zo ontstaan biodiversiteit en ecologische rijkdom. Volgens Margulis heeft de mensheid het punt bereikt waarop het stuk grond dat we hebben gekoloniseerd (de gehele aarde) ons niet meer kan voeden. We hebben de aarde ‘uitgewoond’.

Vreemde gedachte dat de aarde een zoveel mooiere en rijkere plek zal zijn als de mens eenmaal is verdwenen. Ik hoop dat de oehoes het tot die tijd uitzingen. Ik gun ze een plekje op die nieuwe mensloze aarde.

in het land | 13 November 2005 11:11 | archief| link | 1 reactie

IJsselmeerdijk, Swifterbant, november 2005

IJsselmeerdijk

Nee, ik behoor niet tot de orde van politiek correcte milieubeschermers die elke aantasting van het landschap verfoeien, maar windmolens ineens wel mooi vinden.

Ik ben gewoon een recht toe recht aan romanticus. Vroeger was alles beter. Dorpjes behoren pittoresk te zijn. Het platteland idyllisch, zoals het honderd jaar geleden was. Liever nog vandaag dan morgen terug naar het landschap van de plaatjes uit de Verkade-albums van Jac. P. Thijsse. Naar de tijd van Ot en Sien.

Maar soms, heel soms, kan iets wat nieuw is, modern, van deze tijd toch mooi zijn. Zoals de windmolens langs de IJsselmeerdijk bij Swifterbant op een nevelige herfstavond tegen een ondergaande zon.

in het land | 11 November 2005 10:49 | archief| link | 1 reactie

Hopper in Almere

Nacht van de nacht

De Kemphaan, Almere, Nacht van de Nacht. Ik weet niet waarom dit beeld me aan de schilderijen van Edward Hopper doet denken.

Edward Hopper schilderde – zoals ze dat noemen – felrealistisch. De mensen op zijn schilderijen zijn scherp afgetekend, geen vage schimmen zoals op deze foto. Zijn nachtelijke scčnes baden in kil, hel tl-licht, niet in een vriendelijke oranje gloed zoals dit ‘tweetal bij een brug’.

Wat deze foto met Hopper verbindt is de sfeer. Desolaat. Eenzaam. Mensen die zoeken naar houvast. Naar warmte. Beelden van een akelige schoonheid. Beelden die niets geruststellends hebben, maar wel intrigeren.

de grote stad | 08 November 2005 19:26 | archief| link | wie reageert?

Wonderen der natuur

Drie vreemde witte wezens oprijzend in het gras. Twee met hoed, één met pijpenkrullen. Feestgangers. Gekleed en opgedoft voor het grote paddestoelenherfstbal.

Waarom nog leeuwen en olifanten willen zien in Afrika, haaien voor de kust van Australië, walvissen bij Groenland, als je ook naar inktzwammen in het Noordlaarderbos kunt kijken?

Noordlaardense Bos

in het land | 06 November 2005 11:31 | archief| link | 1 reactie

Noordlaarderbos, herfst 2005

Noordlaarderbos

in het land | 04 November 2005 17:13 | archief| link | 1 reactie

Polder de Punt

’t Is maar een onooglijk gebiedje. ’t Ligt pal langs de A28. Vlakbij het punt waar de snelweg het mooiste beekdal van ons land – dat van de Drentsche Aa - aan flarden scheurt. Als je erin slaagt het geraas van de auto’s weg te denken, kun je je hier op een nevelige najaarsdag heerlijk terug wanen in de tijd.

Een gebiedje zonder veel pretenties. Water, rietkragen, weilanden met Shetlandpony’s. Meer is ’t niet. Maar genoeg om de nostalgie te laten toeslaan. Konden we maar terug naar het Nederland van anderhalve eeuw geleden toen er nog geen snelwegen, auto’s en vliegtuigen waren.

Hoe lang duurt het nog voor vliegtuigen geluidloos zijn geworden of vervangen door Zeppelins? Voor autowegen eindelijk onder de grond zijn opgeborgen? Voor polder De Punt werkelijk het paradijsje is geworden dat het kan zijn?

de punt

in het land | 01 November 2005 21:37 | archief| link | wie reageert?