
Het bordje “verboden toegang” weegt niet op tegen de
verlokking van het kleine gat dat al in het hek zit, en de spijlen die zo
makkelijk nog ietsje verder buigen. Mijn vriend Steven en ik kruipen door het hek, en daar staan we,
in het roemruchte stadion van FC Wageningen. Daar is het doel, waar de
fameuze goalgetter Gerdo Hazelhekke zo vaak
scoorde. De spelerstunnel, waar spelers van de topclubs op knikkende knieën
uitkwamen voor een pot op de Berg. De ereloge, waar Wageningse notabelen een
vaste plek hadden.
Maar de club is in 1990 failliet gegaan. De vele plannen om het terrein een andere bestemming te geven
sneuvelden. En dus takelt het stadion steeds verder af. We wilden
natuurlijk graag de tribune op, maar de gaten in het dak en de losse planken
weerhielden ons. Rond de dug-out bloeien lieve bloempjes. Door de betonnen vloeren van de statribunes zijn bomen
gegroeid.
Toch zijn er tekenen van leven. Het gras is kort, dus er is iemand die het maait. En van de bomen door het beton
resten alleen de stronken, de rest is afgevoerd. Bijna surrealistisch is dat
een lamp bij Party Restaurant de Berg, direct naast de hoofdtribune, nog keurig
aanfloept als je in de buurt komt van de sensor.
Wie de lokaties heeft gezien van die superstadions van Ajax,
AZ en Den Haag betreurt de teloorgang van FC Wageningen. Prachtig ligt het,
midden in een villawijk, omgeven door groen, en slechts te bereiken via een
smal weggetje door het bos. Gerdo c.s, is het niet tijd voor een ultieme poging
hier iets heel moois van te maken?

Zeldzaam zijn ze niet in Nederland. Als je een beetje oplet (en niet alleen maar in hartje stad vertoeft) zie je ze vaak. Toch blijft het altijd een vreugdevolle gebeurtenis. Een ree zien. Of een stel reeën. Want meestal zie je ze in een klein clubje, van vier of vijf exemplaren. Deze stak onverhoeds over. Met zo’n typisch reeënhuppeltje. Een fotomoment dat niet mocht worden gemist.