
Als we een top 10 van mooiste begraafplaatsen opstellen, scoort die van Veenhuizen hoog. Hij ligt op een verlaten uithoek in het dorp, omgeven door weilanden en bomen. De graven zijn een beetje een rommeltje, varierend van moderne recente graven tot eenvoudige rijen kruisen voor de vroegere werkers in de kolonie. Maar we komen er graag, op bezoek. Zie ook onze eerdere bespiegelingen over en foto's van Veenhuizen.
Het klinkt zo sympathiek: bouwen voor eigen bevolking. Wie
wil niet dat jongeren de kans krijgen om in hun eigen dorp te blijven wonen? Nu
lukt dat vaak niet, omdat er te weinig betaalbare huizen beschikbaar zijn.
Aan de andere kant: is het zo erg wanneer jongeren dan maar
een dorp of stad verderop moeten gaan wonen? Dit is de eenentwintigste eeuw man. Niet de middeleeuwen, toen het
volgende dorp te vergelijken was met wat nu voor ons een ander continent is.
Want onder het mom van bouwen voor eigen bevolking
wordt wel die vermaledijde witte schimmel tegen dorpen aangeplakt en worden
mooie stukjes groen aan de rand van dorpen volgebouwd, zoals met dit
beeldschone veldje bij Norg gaat gebeuren.
Het is in 1994 een heel steekspel geweest tussen Rijk, provincie en gemeente, maar uiteindelijk bepaalde het Rijk dat bij het lieflijke Langelo in het fraaie open landschap een industrieel complex voor gasopslag moest komen. Het doet Oostblokachtig aan. En diep in mijn hart moet ik toegeven dat er een soort grimmige, kille schoonheid in huist. Maar dat zal ik natuurlijk nooit hardop zeggen. De gemeente Norg hield aan de deal met het Rijk een mooi overdekt zwembad over. Wij zwemmen daar maar wat graag als we in Drenthe zijn.

Rijdend door Norg en omgeving kom je heel wat huizen tegen waar je liever zou willen wonen dan in een Rotterdams rijtjeshuis. Het grote witte huis middenin het dorp (Brink 14) is prachtig, maar niet mijn favoriet. Dat het toch in de top 10 staat, is te danken aan de beeldschone eeuwenoude rode beuk in de voortuin. Die is op de foto helaas niet goed te zien. Het huis moet daarom nog maar eens op de foto in de zomer als de beuk op zijn hoogtepunt is.
Wel favoriet is het heerlijk ouderwetse huis aan het begin van Zuidvelde. Zo ingetogen, zonder poespas. Maar wel met stijl. Daar links in de erker wil ik mijn thriller schrijven. Als dáár geen ingenieuze moordcomplotten aan je brein willen ontspruiten, dan gebeurt het nergens.
Ook favoriet, maar toch net iets minder, is het SS-huis dat aan de weg naar Langelo staat. Ik weet niet helemaal zeker of het huis in de Tweede Wereldoorlog inderdaad door SS-ers werd bewoond. Misschien heb ik dat zelf wel verzonnen. En niet voor niets. Als het geen SS-hoofdkwartier is geweest, had het dat beslist moeten zijn.
En dan is er nog het Tonckenshuis in Westervelde. Ook geen echte favoriet. Als huis doet het mijn hart niet sneller kloppen. Maar het feit dat door het omringende Tonckensbos brede banen zijn opengelaten om het huis maar van verre zichtbaar te laten zijn, geeft toch zo’n uitstraling van grandeur, dat het huis toch een plek in mijn top 10 heeft veroverd.
Wordt vervolgd
Zelf heb ik het nooit van dichtbij meegemaakt. Te eng. Maar oud en nieuw vieren op het Drentse platteland is onlosmakelijk verbonden met een dagenlang durend continu gerommel, gedreun en gebulder in de verte. Ze klinken zoals ze eruitzien. Als historische kanonnen gebruikt bij de slag van Waterloo ofzo. Alsof je op een paar kilometer van de frontlinie van je oliebollen en champagne zit te genieten.