
Wij hebben Debby nooit gekend. Het moet een van de kleine
hondjes geweest zijn zoals we er zoveel van zien langs ons weggetje. De grote
herder die Debby heeft doodgebeten kennen we wel. Een woest uitziende hond met
een dikke kraag als de manen van een leeuw. Hij was nog maar vrij onlangs in
het bos komen wonen. In zo’n pasgebouwd vakantiechaletje.
De buurvrouw vertelde ons het verhaal van Debby en de
herdershond.
Later kwamen we in het bos de moordenaar tegen met het gezin
waar hij bij hoort. Strak aangelijnd en met een leren muilkorf om zijn bek.
Ik was blij met die muilkorf om die valse kaken, maar het
deed me ook wel een beetje pijn.
Weet zo’n beest veel dat je kleine hondjes van oudere dames
niet in je bek moet nemen?

De ontkerkelijking zet alleen maar verder door. Kerkgebouwen
worden omgebouwd tot appartementencomplexen. Of tot peuterspeelzalen. In de
jaren zestig en zeventig scoorden cabaretiers nog met lekker schoppen tegen de
kerk. Nu hoor je er niemand meer over. De kerk? Gaaaap. Totaal oninteressant.
Totaal geen factor meer. De laatste leden van de zwartekousenkerk in Zeeland en
op de Veluwe zijn ons net zo vreemd als streng gelovige moslims in djellaba’s.
Toch willen kerk en geloof maar niet helemaal uit beeld
verdwijnen. Denk aan het mediacircus rond het verscheiden van paus Johannes
Paulus en het aantreden van de nieuwe paus Benedictus, voorheen de streng
conservatieve kardinaal Ratzinger. De hele wereld zat aan de buis gekluisterd
en hoogwaardigheidsbekleders uit de hele wereld werden ingevlogen voor dit
spektakel rond twee stokoude mannen uitgedost als Sinterklazen. De paus is
helemaal terug. Een icoon. Met de populariteit van een popster. Vooral bij
jongeren naar het schijnt.
De laatste stuiptrekkingen van een institutie die definitief
ten dode is opgeschreven? Of de tekenen van een werkelijke revival van het
geloof? Voortkomend uit een diepgewortelde, misschien wel genetisch bepaalde religieuze
behoefte van ons mensen?
Als ik de kerk van Norg zie, ’s avonds in het
donker mooi uitgelicht, badend in een warme troostrijke oranje gloed, hoop ik
op het laatste.

Je kunt op verschillende manieren van de natuur genieten.
Maar om de een of andere reden zijn wij in onze tijd nog steeds erg beïnvloed
door de manier waarop de romantici in de tijd van Goethe de natuur beleefden.
De natuur stond voor zuiverheid en puurheid (tegenover de
verdorvenheid en decadentie van de grote stad). Voor romantische dichters en
schilders was de natuur de plek waar ze in contact konden komen met het
Goddelijke. Waar ze religieuze en mystieke ervaringen konden hebben. Ervaringen
van ‘het sublieme’.
De Amerikaanse natuurestheticus Holmes Rolston schreef over
esthetische ervaringen in het bos:
‘The forest is a kind of
church. Trees pierce the sky, like cathedral spires. Light filters down, as
through stained glass. (…) There is something about being deep in the woods,
with the ground under one’s feet and no roof over one’s head, that generates
religious experience.’

Ons eigen Schilleveentje bij Norg. Op de avond van tweede
kerstdag begon de sneeuw te vallen. De dag erna werden we wakker in een
verstilde witte wereld.
Op zo’n moment wil ik haiku’s kunnen schrijven zoals de
grote meester Basho dat kon.
Een witte wereld
Onder mijn voeten
geknisper
van bevroren takken
