Als ik een prijs zou moeten uitreiken voor de mooiste
vogelkijkhut dan zou Diependal hoge ogen gooien. Gelegen vlakbij Smilde in een aardappelteeltgebied
zo troosteloos en deprimerend dat je er bijna weer opgewekt van wordt. Pal
achter Speelstad Oranje, een attractiepark voor het hele gezin in een oude
fabriek dat bij mij vooral Stephen King-achtige visioenen oproept.
Het meest fantastische aan de vogelhut is niet de hut zelf,
maar de onderaardse tunnel die je doormoet om er te komen. Honderden meters
door een donker, smal betonnen gangetje, spinnenwebben en water dat langs de
muren sijpelt. Licht komt alleen door kleine getraliede raampjes in het
plafond. Hol klinkende stemmen, echoënde voetstappen. Ik waan me er terug in de
kinderboeken over de oorlog die ik vroeger zo graag las.
Natuurlijk is de hut zelf ook de moeite waard.
Roodhalsfuten gezien daar. En de laatste keer onder meer lepelaars,
zilverreigers, witgatjes, een visarend en watersnippen. Maar het mooist is toch
de weg er naar toe.
