
Gratis, zelfs een beetje house, maar geen schot gelost.
Meer foto's Hillegersberg Jazz: 2009, 2007 en 2006.







Vroeger vonden we het maar niets, dat speeltuig op zo'n mooi plekje in het Beatrixpark. Nu we zelf een koter hebben, doen we graag mee met al die andere nette mensen uit Hillegersberg. Waar vaders met de ene hand hun kinderen de glijbaan af helpen, en met de gsm in de andere hand een megadeal afsluiten.


Denkend aan Holland zie ik
Boten groot en klein
Onder een strakblauwe hemel, een stralende zon
In een weldadig tempo, heerlijk relaxt
Over de Rotte gaan

Het was vandaag weer zover: het jaarlijkse Hillegersbergse Jazzfestival. Nu is er veel fout aan dit festival. Natuurlijk dat er jazz gespeeld wordt, brrr. En dan die in grote getale uitgerukte Hillegersbergse kak, met hun SUVs en blondines. Het ergst is de organisator, een cafe eigenaar die de prachtige Bergse Plas vol wil leggen met pontons met terrasjes. Maar eerlijk is eerlijk, het Jazz festival is elk jaar een echt Hillegersberg's feestje. En met de jazz valt het ook nog wel mee, als Hans Dulfer swingt....

Wij van Dwaalgasten hebben wat met de Rottemeren. Want het gebied leent zich zo voor schetsjes zoals we die op het weblog zetten. Die aanlegstijger, door de eigenaars omgetoverd tot een keurig zitje met geraniums op de tafel en plastic stoelen rondom, en een bordje "verboden toegang" . Of dat huis met een piepklein voortuintje, waar precies een Mercedes Benz (zo'n kleine vierkante) in past. En dan familiebezoek bij dat stokoude boerenechtpaar, dat zo'n antieke boerderij bewoont. Natuurlijk dat nieuwe protserige, foeilijke huis dat te rijke mensen met te weinig smaak en een architect met grootheidswaanzin hebben neergezet. Op mooie dagen de stoet van boten, van een piepkleine plastic kuipje met een verliefd stel en een hond tot een zeewaardig schip met een dikke man die aan het roer die zich Onassis waant, elk met hun eigen familieverhaal. Ach, eigenlijk teveel om een weblog mee te vullen. We zien een uitgave in de oude media voor ons, een mooi boekje om op de salontafel te leggen, en cadeau te geven. Met een lovende recensie in de Havenloods, en misschien wel het Rotterdams Dagblad. Nee, het ontbreekt ons niet aan mooie plannen! Wel aan tijd. Maar het boekje komt er, beloofd! (En dan met mooiere foto's dan dit haastige kiekje, natuurlijk).

In het hart van Hillegersberg staat de Hillegondakerk met daarnaast het dorpskerkhofje. Lieflijke graven tussen het lover. Alles zo rustig en sereen. Als je dan toch ergens dood gevonden wilt worden…

De molenaar is bij een fokker van exotische watervogels geweest. Rond de molen aan de Rotte ontwaarden wij naast een koppeltje Carolina-eenden en Mandarijneenden (niet op de foto) nog een charmant eendenpaartje met blauwe snaveltjes die we niet thuis hebben kunnen brengen. De nijlgans die zich hier niet van zijn allerelegantste kant laat zien, is niet minder exotisch, maar inmiddels algemeen in Hillegersberg en de rest van Nederland.

Nee, ik ben geen dierenactivist. Maar als ik dit zie, zou ik het kunnen worden. Je hebt ze overal. Van die zielige, ouderwetse dierenparkjes. Met treurige beesten in te kleine kooien. Deze bonte ijsvogel (gokje) troffen we vanmiddag aan in Plaswijckpark bij ons om de hoek. Ik nam me meteen voor om vannacht met een grote tang terug te gaan om dieren te bevrijden. Tja, dat komt er natuurlijk niet van. Morgen weer vroeg op, enzo.


Tijdens onze wandelingen scheren we er altijd langs, het zuidelijk deel van Hillegersberg. Mooi is het, aan het eind van de middag op een warme dag in november, ook als je zelf van Hillegersberg Noord bent
Bij ons in de buurt staan een paar aardige flats. Niets bijzonders, maar wel vertrouwd. De laatste weken zag je er niemand meer, er wapperden gordijnen uit de ramen, en het werd duidelijk: deze flats gaan tegen de vlakte. Het is nu bijna zo ver. Bij de eerste flat is deontmanteling het verst, de rest is snel aan de beurt . Aan de overkant staan flats zoals ze waarschijnlijk hier nu ook zullen komen. Ze voldoen vast aan "de eisen van deze tijd". Maar het maakt toch wat melancholiek.
De laatste dag van het jaarlijkse jazzfestival, georganiseerd door de winkeliers van onze eigen PC Hoofstraat, de Weissenbruchlaan. Tout Hillegersberg was natuurlijk present. Good old Wim Koopmans kon het niet laten, maar de band van Barry Hay speelde godzijdank geen jazz, maar lekker Radar Love en When the Lady Smiles.
Zaterdag 25 augustus, het is weer tijd voor jazz in ons dorp.

Er is iets aan de hand op het woonbotenfront. Al een tijdje. Zolang ik me herinner, waren woonboten haveloze en vervallen schuiten bewoond door outlaws, anarchistisch aangelegde studenten en artistiekelingen. Reuze romantisch allemaal, maar ook erg onpraktisch.
Maar sinds een tijdje – ik weet niet precies hoelang – waait er een nieuwe wind in woonbotenland. Waar vroeger verveloze barrels langs de oever dobberden, liggen nu strak en soms zelfs futuristisch vormgegeven architectonische hoogstandjes.
Dichtbij ons, in de Rotte, is zelfs een soort woonbootkasteel verrezen, een drijvend bouwsel dat nog het meest wegheeft van een burcht of een vesting. De bewoners van de Rottekade waren er niet zo blij mee, heb ik begrepen. Begrijpelijk misschien, maar het moet gezegd: het fenomeen woonboot krijgt, op deze manier vormgegeven, een heel nieuwe dimensie.

Rhododendron? Hortensia? Ik weet het niet. Allebei zijn het planten met ouderwets klinkende namen. En planten onderscheiden is nog nooit mijn sterkste kant geweest. De Rhododendron ken ik vooral van de conference van Wim Sonneveld (‘achter de Rhododendron sodemieteren’) en Hortensiastraat was de drukke straat in Zwolle Assendorp die ik als klein kind onder geen beding mocht oversteken. Twee keer jeugdsentiment dus.
De afdeling Groenbeheer van Rotterdam of van onze deelgemeente Hillegersberg heeft in ieder geval een goedkoop partijtje op de kop kunnen tikken. Of ze hebben kwantumkorting bedongen. Want in ons parkje is enkele maanden geleden een hele wagonlading van deze struiken aangeplant, Rhododendron of Hortensia dus. En nu staan ze in bloei.Mooi? Ik ben er nog niet uit.
Ons parkje was wild en groen. Ongecultiveerd. Het vele ondoordringbare struikgewas gaf het iets geheimzinnigs, iets sprookjesachtige. En gelukkig is een deel van het park nog zo. Het deel met de nieuw aangeplante Rhododendrons of Hortensia’s heeft een totaal ander karakter gekregen. Gecultiveerd. Een beetje deftig. Een parkje waar goed geconserveerde weduwen hun schoothondje uitlaten. Tja, het heeft ook wel weer wat. Zolang dat andere deel maar wild en ondoordringbaar mag blijven.


Wat ons betreft kan er geen misverstand over bestaan: dit is
het mooiste huis van Hillegersberg. ’t Is niet eens een opvallend huis. Lang
niet zo protserig als sommige van de rijkeluishuizen langs de Straatweg, waar
overduidelijk mensen wonen die te veel geld en te weinig smaak hebben.
’t Staat er heel ingetogen. Maar wie eens wat beter kijkt,
ziet dat alles klopt. De jaren dertig inrichting, de zwarte bouvier (geen
labrador!) op het bordes, de donkere Jaguar die naast het huis geparkeerd staat
en natuurlijk – het mooiste van alles – het uitzicht over de Rotte èn de plas.
Op de bovenste verdieping staat achter een van de
ramen een schildersezel.
Tja, als dit dag en nacht je uitzicht is, dan moet je
wel tot schilderen of anders dichten komen.

Inmiddels ruimschoots opgeslokt door Rotterdam. Maar in de
historische atlas van Zuid-Holland met kaarten uit omstreeks 1905 is nog te
zien hoe de Boterdorpsche Verlaat ooit een kleine bebouwde enclave aan de Rotte
was. Een gehuchtje omringd door natte weiden waar later de wijken Hillegersberg,
Ommoord en Alexanderpolder zouden verrijzen.
Vaak wordt de lof gezongen van de grootsteedse skyline van
Rotterdam. ‘Manhattan aan de Maas’. Dat soort megalomane flauwekul.
Doe mij de Boterdorpsche Verlaat maar.


Ze hadden er zoiets moois van kunnen maken. Van het winkelgebied van Hillegersberg: de Bergse Dorpsstraat en de Weissenbruchlaan. Door er een voetgangersgebied van te maken. Heerlijk slenteren langs de winkels van de Bergse Dorpsstraat en dan een terrasje pikken aan het water van de plas. Genietend van de kleine zeilbootjes op het water en de ganzen en fuutjes. Maar nee, in Hillegersberg heerst het kortetermijndenken van fantasie- en visieloze ondernemers die niet verder kunnen kijken dan hun zonnebrandgebruinde van een foute zonnebril voorziene neus lang is. En dus is er maar weer eens een groot stuk stoep opgeofferd. En een stuk grasveld langs het water. Voor parkeerplaatsen. Zodat de lokale proleten en hun gekloonde Caroline Tensen vrouwen hun aso-SUVs, Porsches, BMW-cabrio en andere sneue, protserige nouveau riche bakken lekker in het zicht kunnen parkeren. Tja, waarom zou je ook? Ergens iets moois van maken als je het ook zo grondig kan verpesten

Een beetje mistroostig kijkt ze, de mevrouw in de oliebollenkraam aan de Bergse Dorpsstraat in Hillegersberg. Maar dat is helemaal niet nodig. Vorig jaar scoorden de oliebollen van deze kraam een 7,5 in de oliebollentest van het Algemeen Dagblad. (En dat is heel hoog, maar 18 van de 78 geteste bollen scoren een 7 of hoger). Ik ben benieuwd hoe ze het dit jaar doen. Wij genieten in ieder geval van onze bolletjes.

Dit had een stukje bij een ‘before’ en een ‘after’ foto moeten zijn. Helaas is het alleen een ‘after’ foto geworden. De wilg langs de Strekkade is omgehakt. Helemaal onverwacht kwam het einde niet. We dachten dat de mannen van de Plantsoenendienst wel zouden ingrijpen. En we vreesden dat dat moment niet ver weg was. In de jaren dat we hier woonden, zagen we hoe de boom steeds verder ging overhellen over het water. Op het laatst hing hij praktisch horizontaal, bijna als een loopbrug. Brutale kleine hondjes renden wel eens over de stam heen, helemaal tot aan de kruin van de boom. Toen ineens was het zover. Alleen de stronk en een stukje van de stam herinneren nog aan de oude wilg. Als een onbedoeld monument.
Volgens het huis-aan-huisblad zou het meevallen bij ons in
de wijk. Maar een klein deel van de kastanjebomen in Hillegersberg zou
getroffen zijn door wat in de media de ‘geheimzinnige bloedingsziekte’ is gaan
heten.
Ik hou mijn hart vast.
Wat blijft over van de Burgemeester le Fevre de Montignylaan
zonder de kastanjebomen?
Zonder de bomen die deze laan elk seizoen een eigen en ander
gezicht geven. Wellustig in het voorjaar als ze extatisch en ongeremd bloeien.
Streng in de winter wanneer de bomen hun kale armen omhoog reiken als een
dominee die vanaf de kansel de hemel om vergiffenis smeekt.
Ik hoop dat de hemel vergeving schenkt.
Want zonder
kastanjebomen is de Burgemeester le Fevre de Montignylaan toch eigenlijk niets
anders meer dan een heel gewone straat met een aanstellerige, veel te lange,
onuitsprekelijke naam.


Eindelijk rust. Nu de herfst begint en de recreanten met hun fietsen, skeelers, motorjachtjes en roeiboten zijn teruggekropen in hun holen, komt de rivier weer tot zichzelf. Kalm glijdt ze langs de groene kades, lege aanlegsteigers en onder verlaten bruggen door, waar niet langer stoere jongens met gewaagde sprongen vanaf duiken. Eindelijk rust. Tijd om te dromen en te peinzen, zoals het een rivier in het najaar betaamt.


Als je dan toch in de Randstad moet wonen, in Rotterdam - en
niet in het gedroomde afgelegen klein boerderijtje in de Weerribben of in
Drenthe – dan maar in Hillegersberg.
Officieel woon je in een metropool, maar stiekem woon je in
een dorp aan de rivier en bijna buiten. Kort geleden hebben we het wandelen
rond de plas bij ondergaande zon ontdekt. Het water dat rood, oranje, paars,
roze en lila kleurt. De vredig dobberende eendjes. Hardlopers die hun vaste
rondje maken. De robuuste molen de trots oprijst op smalle strook tussen de
plas en de Rotte. Als een heimelijk baken van verzet tegen de voortwoekerende glimmende
hoogbouw die kilometers verderop de skyline van Rotterdam vormt.
Aan de overkant van de plas sluimert het dorp met
de lichtjes van de winkels en de oude kerk. Als je dan toch in de stad moet
wonen, dan maar in Hillegersberg.



Twee bootjes leggen aan
bij de brug bevolkt door drie jongens, twee meisjes en een hondje. De twee
stoerst uitziende jongens – type gabber, driekwart broek, ontbloot gespierd
bovenlijf, tatoeages - stappen uit. De meisjes – type vriendinnetje van gabber,
bikini - stappen ook uit en nemen het hondje mee. De derde – type goedzak –
blijft in de boot, drankfles onder handbereik. ’t Lijkt een fles rosé. Maar ik
vraag me af of het klopt. Drinken gabbers rosé?
De twee gabbers springen
een paar keer van de brug in het water. De achterwaartse salto van de jongen
die onmiskenbaar de leider van het stel is, oogt indrukwekkend.
De twee meisjes kijken toe
vanaf de kant. De ene met een heel lichte huid draagt een helblauwe bikini. Ze
heeft een figuur dat je niet veel ziet. Dunne benen, smalle heupen, nauwelijks
een kont, maar wel mooie grote borsten en een iets uitpuilend buikje zoals
kleuters die wel hebben. Toch is ze sexy. Ik gok dat zij de vriendin van de
salto-man is.
Het andere meisje heeft
een ‘gewoner’ figuur. Geen uitzonderlijk grote borsten, bredere heupen, billen
die verraden dat ze te weinig aan sport doet. Haar gele bikini kleurt goed bij
haar mooi gebruinde huid.
Nog een paar sprongen. Dan stappen de jongeren weer
in de boten en varen ze verder.
Op zonnige dagen lijkt heel
Rotterdam wel uit te rukken om langs of op De Rotte te gaan recreëren. Op de
kades verdringen wandelaars, tourfietsers, wielrenners, atb-ers en mensen op
skeelers elkaar. Op het water trekt een bonte stoet aan sloepen, kano’s en
jachtjes voorbij. De bruggen zijn geliefd bij mannelijke adolescenten. Ze
wedijveren met elkaar wie er het stoerst vanaf springt.
Als je graag naar mensen
kijkt en luistert, kun je op een bankje langs de kant je hart ophalen.
Op een van de bankjes voor
restaurant De Lindehoeve vertelde een oudere man over zijn leven aan kennissen
die hij op zijn fietstochtje was tegengekomen. Een triest verhaal. Zijn vrouw
was onlangs bij hem weggelopen voor een andere man. Hij had longkanker gehad.
En het spaarpotje van 40.000 euro dat hij dacht te hebben, was een schuld van
15.000 euro gebleken. Hoe dat zat, kon ik uit het verhaal niet opmaken – een aandelenlease-constructie
misschien?
Zijn kennissen, een
echtpaar, probeerden hem op te beuren. Moest hij niet eens gaan denken aan een
nieuwe vrouw? Nee, dat zag hij niet zitten. Hij werd wel eens uitgenodigd hoor,
voor een kopje koffie. Maar alleen van op de koffie gaan bij een vrouw kreeg
hij het al Spaans benauwd. Nee, dan ging hij liever langs De Rotte fietsen. Hij
hield van De Rotte.
Het echtpaar wenste hem
sterkte en ging verder. Ze waren nog niet weg of een ander ouder echtpaar
schoof aan op het bankje bij de man. ‘Hee, hoe gaat het?’ Weer het hele
verhaal. Vrouw weggelopen, longkanker, een schuld van 15.000 euro. Weer kon de
man zich een half uurtje wentelen in medeleven.
Langs De Rotte fietsen als therapie.


Waar water is, zijn reigers. Bij ons in de buurt
wemelt het ervan. Maar ze blijven fascineren. Met hun bedachtzame tred. Hun
dolksnavel. Hun zijdelingse wantrouwende blik als je ze voorbijloopt. De manier
waarop ze eindeloos lang als bevroren langs de waterkant staan om dan heel
plotseling pijlsnel uit te vallen naar een kikker of een vis.
Een van de mooiste gedichten die ik ken, gaat over
een reiger. Het is
van Jan Willem Schulte Nordholt en het heet ‘Reiger op het Binnenplein’.
Een tovervogel daalt neer
op het rechtlijnige plein
van onze dag van vandaag
vanachter glas en staal
kijkt het veelvuldig oog
van het kind dat wij goddank zijn
hem vol verwondering aan.
Hij duikt in zijn dons, hij denkt na
dieper waarschijnlijk dan wij,
hij heeft ook veel meer tijd
en zo oneindig veel meer ruimte.
Hij kleurt bij het zink van het plat,
een zuilenheilige op zijn eigen
ernstige poot, een grijze wijsgeer.
Eigenlijk zou hij erelid moeten zijn
van iets dat wij allemaal samen
voelen en willen, maar het heeft nauwelijks
een naam, noem het verlangen.
Maar hij ontstijgt. Reikhalzend
staat hij een ademloos ogenblik,
een trillende antenne. Dan spreidt
hij de majesteit van zijn vleugels.
Hij verheft zich hemelsbreed
boven ons op de aarde. Wij zijn
weer zeer met elkander alleen.
Uit: Verzamelde gedichten (Baarn: de Prom, 1996)
Eén van de zegeningen van in Hillegersberg wonen, is dat je rond de plas kan wandelen. Dat doen wij elk weekend minstens één keer. Aan het eind van ons rondje kopen wij in het dorp een haring. Die eten we dan op zittend op een bankje met uitzicht over de plas. Nu in deze tijd is dat extra leuk. Niet alleen omdat er nieuwe haring is (goddelijk!), maar ook omdat de ganzen die bij de plas bivakkeren jongen hebben. Vooral de nijlganzen kunnen er wat van. Een paar jaar geleden telden we een nest van wel twaalf jongen. Rare wezentjes met tijgerstrepen op hoge poten.

Anders dan Michiel Smit van Nieuw Rechts beweert, zijn onze nijlganzen goed ingeburgerd. Ze leven in perfecte harmonie samen met een grote groep gewone Hollandse ganzen. Laatst kwamen we hem tegen op straat, Michiel Smit, niet ver van de plas. Zou hij onze nijlganzen hebben gespot? Helemaal vertrouwen doe ik het niet. Vorige week bestond het nijlganzennest nog uit vijf jongen. Dit weekend waren het er nog maar vier…
powered by pivot