
Kenianen, Kenianen, Kenianen. Ethiopiërs. Dan een hele tijd niks. En dan de rest. Het moet een vreemd gezicht zijn voor een alien die ergens ver weg vanaf een plek in de ruimte met een supertelescoop naar ons aardbewoners tuurt. Kleine, magere, taaie zwarte wezentjes in korte broekjes die zich snel voortbewegen, gadegeslagen en aangemoedigd door weldoorvoede, pafferige, in dikke lagen textiel verpakte soortgenoten. Hoewel soortgenoten? Hoe groot kan het contrast zijn tussen twee mensen?

Waarom gaan mensen naar een marathon kijken? Leedvermaak? Een marathon is toch vooral een parade van mensen die pijn lijden, ontzettend afzien, zichzelf onverantwoord afbeulen, volkomen in zichzelf gekeerd zijn. Wat je allemaal niet aan verkrampte en verstijfde lijven, lijfjes en gezichten aan je voorbij ziet trekken. Heroïsch? Niet zelden is het vooral pijnlijk om naar te kijken. Het enige verschil met de openbare terechtstellingen waar middeleeuwers graag naar gingen kijken, lijkt soms te zijn dat dit vrijwillig is. (Hoewel…) Maar soms is er dan toch ineens zo’n moment van ontspanning. Van vreugde. Van interactie tussen toeschouwers en loper. Dat zijn mooie momenten.

Daar loopt ie. Sammy Korir, winnaar van de Rotterdamse marathon 2006, op weg naar de 34 kilometer. We zijn toch maar even gaan kijken op deze prachtige zonnige dag. En als je er dan toch bent, is het ook wel leuk. Het routineus spelende dweilorkestje, de gewichtig kijkende agenten, de bij elke passerende loper trouwhartig applaudisserende toeschouwers, de onderling grapjes makende Rode-Kruismedewerkers die tegelijkertijd uitstralen dat ze heus wel .adequaat zullen optreden als dat nodig is. Zelf vind ik de rondcirkelende helikopters altijd het meest opwindend. Ik telde er op een gegeven moment vier tegelijk. Dan weet je dat er echt iets aan de hand is. Iets spannends.
