
Nog twee weken tot Sinterklaas. Zaterdagmiddag in Groningen.
Zwarte Pieten die abseilen langs de pilaren van het stadhuis. Een Piet op een
olifant. Dicht opeengepakte mensenmassa’s. Kermis. Een optreden van een
rockband: vier mannen verkleed als Indianen.
Bij enge films en thrillers weet je dat er nu iets engs te
gebeuren staat. De kermismuziek gaat steeds sneller spelen. Zwelt aan tot een
hysterische kakofonie van geluiden. Elk moment kan de moordenaar of kidnapper
nu toeslaan.
Het kleine meisje in de draaimolen heeft het haarfijn in de
gaten.
De duiven zien het aan vanaf een pilaar waarlangs
net nog een Zwarte Piet naar beneden kwam. Zij geloven het allemaal wel. Straks
zijn de mensen weg met al hun attributen en is de stad weer gewoon van hen.


De Kemphaan, Almere, Nacht van de Nacht. Ik weet niet waarom
dit beeld me aan de schilderijen van Edward Hopper doet denken.
Edward Hopper schilderde – zoals ze dat noemen – felrealistisch.
De mensen op zijn schilderijen zijn scherp afgetekend, geen vage schimmen zoals
op deze foto. Zijn nachtelijke scènes baden in kil, hel tl-licht, niet in een
vriendelijke oranje gloed zoals dit ‘tweetal bij een brug’.
Wat deze foto met Hopper verbindt is de sfeer. Desolaat.
Eenzaam. Mensen die zoeken naar houvast. Naar warmte. Beelden van een akelige
schoonheid. Beelden die niets geruststellends hebben, maar wel intrigeren.