
De eerste post op 18 december 2004. Nu bijna 250 posts verder. Nr 1 bij Google bij zoeken op 'dwaalgasten'. Ruim 12.000 bezoekers sinds de start. Een schare van trouwe bezoekers. We gaan door!

Lorelei vierde haar derde verjaardag met haar vriendinnen, kreeg prachtige roze muiltjes, die Fay aantrok en niet meer wilde afstaan.
'You would cry too if it happened to you'.



Dankzij de voedseldroppings van onze Lorelei is er veel te genieten in de vijver achter ons huis.

Onze buren wonen al zo lang in hun huis dat ze alles over onze straat weten. Laatst vertelden ze ons dat onze Borchsatelaan vroeger de Bergselaan heette. En dat we die naam kwijt raakten toen Hillegersberg in de oorlog door onze megalomane buur Rotterdam werden opgeslokt, die al een Bergselaan bleek te hebben. Ik bedoel maar. Ik haast me dus om ook wat historie van ons straatje vast te leggen. Zodat ook ik later interessante weetjes heb. Op het google plaatje een paar memorabele punten. Natuurlijk heeft onze prachtige Borchsatelaan de eerste punaise gekregen. Maar ook dat idyllische plekje aan de linker vijver achter het Bergplein (die naam mocht wel zo blijven, phuh), waar onze Lorelei dagelijks de eendjes voert (waarover in de volgende post meer).
Helaas, ook onze prachtwijk heeft zijn rotte appels. Sinds kort staat er een zwaar hek ("verboden toegang, artikel...") voor de toegang naar de oostelijke vijver achter het plein. Geplaatst en beheerd door de eigenaar van de aanpalende woning. Dit tart de over de jaren gegroeide samenleving tussen ons van de Borchsatelaan (koopwoningen) en zij van de pleintjes (tot voor kort huurwoningen). En dan heeft het nieuwe Hoofd Groen van de deelgemeente ook op ozne pleintjes huisgehouden. Deze man (kan geen vrouw zijn) hangt de filosofie aan dat struiken en bomen het vrije uitzicht maar belemmeren, en snoeit dus alles weg. Dat heeft hij eerst in het nabije Beatrixpark geflikt, en nu ook op onze pleintjes. Het ergste is misschien wel dat hij (god mag weten waarom) op de kale vlaktes vervolgens lullige rijtjes mini-struikjes en plantjes uit het tuincenrum plant.
Nou, dat was het zo'n beetje. Een wat lange post, maar de historie van je buurtje raffel je niet even af. Dat heb ik wel geleerd van onze buren!


In onze tuin is het elk voorjaar een darwinistisch festijn. We laten maar niet zien waar onze twee suffe katten, die zich dan medogenloze killers tonen, mee thuis komen. Laten we het erop houden dat een zieltogende lijster, die prachtige vogel, heel erg was, hoewel ook vermoorde merels een naar gezicht zijn. En het gegil van kikkers die uiteengereten worden, vinden we toch wat te cru voor onze podcast. Onze poezen moeten gelukkig niets hebben van het paar eenden dat onze tuin elk jaar opzoekt voor de reproduktie. Toch is het ook voor hun een struggle for life. Vorige maand bedelden er zo'n tien kleintjes om brood; elke dag werden het minder en toen zagen we ze helemaal niet meer. Maar de ouders zijn volhouders. Weer is er nestje, en opnieuw verdringen verrukkelijke pluiseendjes zich om de korstjes. We duimen voor ze; Darwin weet wel beter.

Het aantal reacties op Dwaalgasten was niet zo groot dat we hele nachten door moesten lezen. Maar ze waren er wel, en we mistten ze de laatste tijd! Waren onze bezoekers verdwaald, of worden we te voorspelbaar met alweer een stukje over Norg of de zoveelste foto van Hoek van Holland? Was het tijd voor meer spektakel op Dwaalgasten, of juist voor meer diepgang? We hadden de moed al een beetje opgegeven, en ons afgevraagd of een weblog-loos leven dragelijk zou kunnen zijn. Uiteindelijk bleek het allemaal erg banaal: foutje gemaakt bij het installeren van de nieuwe versie van Pivot, het prachtprogramma waarop Dwaalgasten draait. Dat is nu weer opgelost. Commentaar is dus weer mogelijk, en van harte welkom! Blijven de reacties toch uit, tja, maar zeg niet dat we niet gewaarschuwd hebben!

De vijfde van links, da's onze Lorelei (foto: Jacomine Braun)
Geboren op 1 augustus 2006, onze dochter Lorelei!
Nog eentje dan.......

Achterin de tuin heb ik twee vogelbadjes gemaakt. Dat kan het jonge gezinnetje wel waarderen. Lekker badderen met z’n allen. Onder het toeziend oog van ma.
Eigenlijk zijn het de eenden van onze buren. Zij hebben met behulp van stukjes brood en ander lekkers een relatie opgebouwd met een eendenkoppeltje. Maar (vermoedelijk) omdat onze tuin een stuk rommeliger is dan die van de buren, hebben de eenden onze tuin als nestplaats verkozen. En zo konden wij gisteren ineens kennismaken met dit jonge gezin dat ons platje kwam opscharrelen. Totaal niet schuw. En aan onze katten die het tafereel met verbijstering gadesloegen, laten ze zich ook al niets gelegen liggen. Er waren vier gele jonge eendjes en vier bruine. Maar een klein geeltje heeft het niet gered. Dat brak ons hart. Gelukkig lijkt de rest het vooralsnog prima te doen.
Voor Sinterklaas kreeg ik de literaire scheurkalender. Elke dag een stukje. Het ene mooier, leuker, spannender dan het andere. Ik was nooit een fan van A. F. TH. Een man die zichzelf tot bovenaardse, buitenmenselijke proporties heeft opgeblazen. Larger than life, waar ik schuchterheid en bescheidenheid prefereer in mensen. Maar zijn bijdrage aan de literaire pleekalender heb ik bewaard. Miniparoxismen heten het. Over ‘eten’ schrijft hij: Het met mes, vork, lippen, tanden, kiezen, kaken en speeksel vernietigen van de vorm van een maaltijd. En over het ‘automobiel’: Tot de anorganische materie behorend voorwerp dat zichzelf, blijkens z’n megalomane naam, een organische wezen waant, maar het niet zonder de mens kan stellen om in beweging te raken. Best aardig, toch?

Het zijn geen vriendinnen. Onze twee poezen. Ook al zijn het (half?)zusjes uit één nest. Ze dulden elkaar, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Soms als ze elkaar onverwacht tegenkomen – de ene kat springt op de bank, vlakbij de plek waar de andere nietsvermoedend ligt te slapen – vlamt een felle agressie op. Geblaas, diep gebrom, uithalen met getrokken nagels. Waar die diepgekoesterde haat vandaan komt? Ik heb werkelijk geen idee. Zou het leven van de poesjes niet veel aangenamer en gezelliger zijn als ze in harmonie met elkaar zouden leven?
Aan de andere kant: misschien is het ook wel lekker om niet te hoeven doen alsof, zoals wij mensen vaak moeten.

Webloggers zijn poezenmensen. Wij vormen daarop geen
uitzondering.
Dit is onze Sissy.
Sissy is de neuroot. De kat die in de auto de hele weg blčrt
en nat van het zweet op de plaats van bestemming aankomt. De kat die zo overgeprikkeld
raakt wanneer je haar een tijdje aait dat ze plotseling begint te bijten. De
kat die er niet tegen kan als je haar van bovenaf benadert. Voor je het weet,
heb je een haal te pakken.
Dat doen wij dus ook niet, haar van bovenaf benaderen. Als
poezenmens heb je je maar aan te passen.
In de Rotte bij de Irenebrug was vlak langs een rietkraagje een strijd gaande tussen een futenpaar en twee meerkoeten om een nest. Ik weet niet aan welk stelletje het nest toebehoorde. Wij mensen zijn natuurlijk geneigd partij te kiezen voor de sierlijke futen en niet voor de plompe, agressieve meerkoeten die niet voor niks de ‘pitbulls onder de watervogels’ worden genoemd. De futen zwommen steeds aarzelend in de richting van het nest om zich schielijk terug te trekken als de meerkoeten met gestrekte nek een sprintje trokken om hun concurrenten te verjagen. Toen ik wegging was de strijd nog niet beslist. Binnenkort toch maar eens gaan kijken
Hartverscheurende taferelen in de voortuin. We gaan een fietsenhok bouwen. Samen met onze buren. Daarvoor moeten helaas een paar struiken weg. In een daarvan, een mooie donkere dichtbebladerde hulst broedde jarenlang een merelpaartje. Vorig jaar hebben ze minstens twee nestjes jongen grootgebracht. Maar de hulst moest weg. Tot grote schrik en ontsteltenis van het merelechtpaartje. Luid protesterend vlogen ze de tuin – van tak naar tak – toen de zoon van onze buren met een bijl de wortels begon door te hakken. Nu de struik weg is, komen ze zich er telkens weer van vergewissen dat hun nestplek sinds jaar en dag echt is verdwenen. Telkens zijn ze weer in onze tuin en laten hun melancholieke mereltonen horen. Vogelverdriet. En wij? Wij voelen ons schuldig dat we dit brave vogelgezinnetje – die toch ook jarenlang onze buren waren – zo bruut van hun onderkomen hebben beroofd voor zoiets triviaals als een fietsenhok
Kerststukjes maken moet je aan profs overlaten. Een paar
jaar geleden heb ik het voor het laatst geprobeerd. Meegetroond door de
buurvrouw. Een avondlang ploeteren met oase, mos, takjes en andere materialen tussen
een klein legertje vrolijk tetterende en ‘oh’ en ‘ah’ roepende dames.
Het gezicht van manlief, toen ik trots met mijn object
thuiskwam, sprak boekdelen. Net als de vraag ‘Ben je dáár de hele avond mee
bezig geweest?’
Prompt zag ik het ding door zijn ogen. Een plomp, stijlloos
geval. Met een teveel aan toeters, bellen en glitters om het gebrek aan idee,
stijl en gevoel te verdoezelen. Geschikt om op het hoofd van een inbreker kapot
te slaan of in een driftbui door de kamer te smijten. Maar meer ook niet.
Nee, kerststukjes maken moet je aan profs overlaten.
Dit jaar heb ik een kerststukje van mijn moeder gekregen.
Een lief ding. Sober, stijlvol, groen, soort van mystiek-Keltisch. Een
gothic-kerststukje!
Ik betrap mezelf erop dat ik eraan denk om het volgend
jaar toch weer eens zelf te proberen.
Ineens zijn ze er. Overal. Niet gewoon dik en groot, maar monsterlijk en angstaanjagend. Doodstil mediterend hangen ze in hun webben. Raadselachtige, griezelige schoonheden. Onwetend van alle boosaardige onzin, fabels en metaforen die wij mensen rond spinnen hebben bedacht. Alles wat een spin doet, is wachten. Spin zijn, is wachten.

De merels in onze voortuin doen het trouwens beter dan de mussen in onze achtertuin. Musjes hebben een nest gebouwd in de heg. Dat had een van onze katten al snel door. Het dikke mormel slaagde erin bij het nest te komen. Ik was net te laat. Toen ik haar uit de haag viste, had ze al een kleintje te pakken. Nog maar een paar centimeter groot. En helemaal naakt op een enkel donsveertje in het nekje na. Het kleintje werd levend en wel verorberd. Maar niet nadat de kat er eerst nog een poosje ‘leuk’ mee had zitten spelen. ’t Is de natuur. Maar voor mij een erg traumatische ervaring. Af en toe droom ik er nog van.
De merels blijven ons bezighouden. De uitgevlogen jongen hebben inmiddels (gelukkig) een staart. Daarmee zijn ze meteen een stuk minder onhandig en dus een minder makkelijke prooi voor katten. Ze moeten zichzelf nu zien te redden. Ik heb vanwege de warmte een vogelbadje voor ze gemaakt in de voortuin. En daar maken ze graag gebruik van. Lekker badderen en spetteren. Ma zit ondertussen al weer op het nest een volgend broedsel uit te broeden. Het gedoe begint dus binnenkort gewoon weer.
Het is verbazingwekkend
hoe snel het gaat. Een week of drie geleden zijn ze uit het ei gekropen. Drie
lelijke kale krieltjes. In no time door een vlijtig ouderpaar opgekweekt tot
uit het nest puilende dikke donsballetjes.
Afgelopen week vlogen ze uit. Nou ja, vlogen. Hulpeloos geklapper met stompjes die nog vleugels moeten worden. Een staart hebben ze ook nog niet. Evenwicht bewaren is dus moeilijk.
Twee hebben het tot dusver
gered. Nummer drie zijn we uit het oog verloren. Voor zijn of haar lot moet
worden gevreesd.
Nou ja, twee uit drie is ook niet echt slecht.
Daar zitten ze dan in onze
voortuin. Aandoenlijk te wezen. Dan eens in die struik, dan weer na
halsbrekende toeren en woest gefladder een struik verderop. Onnozele halsjes
zijn het die de wereld bekijken met een blik die het midden houdt tussen
verbijstering en berusting. Pa merel blijft trouw regenwormpjes aanvoeren.
Wij bidden tot onze lieve Heer dat hij deze twee
kleintjes door deze gevaarlijke dagen tot ze echt kunnen vliegen, heenhelpt.

Er broedt
weer een merel in de voortuin. Gelukkig dit keer niet in de roos pal naast de
voordeur. Telkens als we de deur uitgingen, bezorgden we het diertje een
hartverzakking. Dit jaar nestelen ze in een dichte donkergroene struik langs
het tuinpaadje. Ik kan het niet laten om bij het voorbijgaan telkens even
tussen de bladeren door te gluren. Daar zit ze dan weer. Moeder merel vastgekleefd
op het nest. Een groot starend oog. Een hysterische blik. Pa die opgewonden
roepend van tak naar tak hipt in een poging je aandacht af te leiden.
Maar de
ellende begint pas als de jongen straks het nest verlaten. Onhandige dikke
wezens zonder staart, die nog niet kunnen vliegen. Die wat hulpeloos in de
voortuin rondscharrelen roepend om hun moeder. Een makkelijke prooi voor
katten, waaronder onze eigen. Laffe theemutsen die bij het zien van die sneue
donsbollen in kille moordmachines veranderen. Hoe vaak heb ik niet zo’n vogeltje
voor de klauwen van een van onze katten van de grond opgeraapt en op een tak
gezet? Om dan soms toch nog te moeten toekijken hoe het diertje even later
alsnog een vreselijke dood sterft.
Ik hoop dat
die ellende ons dit jaar bespaard blijft.
Update: drie jonkies geboren!

powered by pivot